Website voorlezen

Interview met Marek Šindelka

Gepubliceerd op: 27 september 2016

De Tsjechische schrijver Marek Šindelka (1984) heeft met Anna in kaart gebracht een boek geschreven dat de zenuw van deze tijd heel scherp weet te raken.

‘Toen ik de eerste versie van Anna in kaart gebracht klaar had, wilde ik het boek eigenlijk Het lichaam noemen, omdat de tekst heel erg gefocust is op de beleving van het lichaam van de personages. Ze voelen zich erin thuis of juist helemaal niet. Het eerste idee was om een verhaal te schrijven over een jonge vrouw die zich verloren voelde in ‘haar vlees’. De maatschappij fungeert als een soort broedmachine, schotelt een ideaal beeld voor. Tegelijkertijd – en dat zorgt voor een vreemde spanning – staat daar de mens tegenover, het organische materiaal dat op allerlei, vrij basale wijzen dient te worden verzorgd.

Vehikel van vlees
We leven tegenwoordig met verschillende lagen van realiteit, denk aan het internet, de sociale media. Het lichaam is de laatste non-virtuele schakel met de natuur. Ons enige echte anker. Ik besloot daarom die fysieke beleving tot de ruggengraat van mijn boek te maken. Welke relatie hebben we met onze verschijning? Kijk eens naar de reclames van bedrijven in de cosmetische industrie. Ze suggereren ergens dat het lichaam onsterfelijk is. Je krijgt het idee dat het bijna onbeleefd is om gewoon oud te zijn met rimpels, haaruitval, een vlekkerige huid, met alle gebreken. Alsof het een verplichting is om mooi te sterven.

Daarnaast raakte ik gefascineerd door het (Japanse) fenomeen van jongeren die zich massaal in hun kamers opsluiten, die vastgeklonken zitten aan hun beeldschermen en hun lichaam volledig negeren. Ze wassen zich hoogstens als iedereen uit het huis is, weigeren eten dat hun ouders voor de deur zetten, komen soms zelfs om van dorst. Ze gaan helemaal voorbij aan het feit dat ze dood gaan als ze het vehikel van vlees niet in elk geval een beetje verzorgen. Het lichaam is hun vreemd geworden, een onnodig obstakel in hun virtuele zoektocht. [GB. Lees hiervoor: Een bijna volmaakte vriendschap van de Japans-Oostenrijkse schrijfster Milena Michiko Flašar ]

Web
Ik besloot Anna in kaart gebracht te componeren als een soort web. De lezer kan feitelijk overal in het boek beginnen en langzaam in de tekst uitkristalliseren. (Denk aan de Russische schrijver Michaïl Sjisjkin: ‘Elk boek is een leugen, want het heeft een begin en een einde.’) Ik wilde geen verzameling van verhalen creëren, noch een roman in verhalen, maar iets ertussenin. Een caleidoscoop van mijn generatie, die overigens wel kraakhelder moest zijn. Het heeft geen zin om een tekst ook vormtechnisch onnodig ingewikkeld te maken. Ik heb bijzonder hard aan dit boek geschaafd, eigenlijk net zo lang tot er een tekst lag die heel natuurlijk, heel intens, heel intiem kon overkomen. De lezer hoeft alleen maar aansluiting te vinden bij mijn basisidee over het lichaam.

Mijn aanpak zorgde ervoor dat er in Tsjechië bij de critici een splitsing ontstond, een generatiekloof, zou je kunnen zeggen. Veel wat oudere recensenten klaagden over de structuur, vonden dat er een verhaallijn en een plot in het boek ontbraken, vonden zogezegd het ‘entertainmentniveau’ aan de lage kant. Deze critici zijn ergens nog steeds op zoek naar ‘de grote Tsjechische verteller’. Een boek dat iemand ter ontspanning kan lezen na thuiskomst uit het werk. De verteller in mijn boek is bewust onzichtbaar. De lezer mag zelf een totaalbeeld scheppen, zich focussen op welk personage dan ook.

Generatie
De verteller in Anna in kaart gebracht is de woordvoeder van mijn visie op mijn generatie. En ook van mijn visie op de literatuur. Veel van de schrijvers om mij heen van mijn leeftijd zijn op zoek naar een nieuwe manier om een connectie te maken met proza en poëzie. Ik ben bang dat de grote Dickensiaanse roman niet meer van deze tijd is. De wereld is veranderd, de worsteling met het bestaan is veranderd. Dat vereist een nieuwe insteek.

Verhalen worden ook misbruikt, zijn in sommige gevallen corrupt. Denk maar eens aan de duizenden scripts – meer van hetzelfde – die er in Hollywood uitgeperst worden. En die gek genoeg ook nog als zoete koek worden geslikt door het publiek. De beleving, het verhaal als een marketingproduct. Ik ben meer geïnteresseerd in ruw materiaal, in iets wat vol leven is. Ik ben tevreden met de sterk uiteenlopende reacties op mijn boek, denk dat het betekent dat je niet iets hebt gemaakt dat middelmatig is.

Ik heb mijn generatie, of nee, de mensen om mij heen van alle leeftijden willen beschrijven, zonder terughoudendheid, op een genadeloze maar tevens liefdevolle wijze. Wij zijn met z’n allen op een bepaalde manier verloren in deze ‘perfecte maatschappij’. Denk aan de scène waarin een jongen in een club als enige in een menigte uit zijn dak gaat. Zogenaamd helemaal bevrijd, maar af en toe kijkt hij toch om zich heen om te zien of de anderen hem wel opmerken. Daar gaat enorme droefheid, eenzaamheid van uit. Ik wilde de mensen die ik geobserveerd heb beslist niet uitlachen, niet belachelijk maken. Ik ben één van hen. De personages zijn opgebouwd uit gedachten, gebaren van mijn vrienden, van bekenden. En natuurlijk ook uit mijn eigen kleine problemen en angsten.

Plankenkoorts
Het begin van het boek, De show gaat beginnen, gaat over mijn eigen lichamelijke gevoelens vlak voordat ik een literaire prijs uitgereikt zou krijgen, live op televisie. Het zeer speciale gevoel van plankenkoorts. (Plankenkoorts is een vechtsyndroom. Een syndroom van de dood.) Nobelprijswinnares Herta Müller was aanwezig om eveneens een prijs in ontvangst te nemen. Ik ben nooit nerveus wanneer ik over literatuur spreek, maar hier werd er van mij verwacht dat ik een paar lollige opmerkingen zou maken, een paar oneliners om het publiek te vermaken. De volgende dag heb ik een quizmaster gecreëerd die keer op keer met dezelfde onwerkelijke situatie geconfronteerd wordt. Een verslaafde aan de kijkcijfers die de plankenkoorts voor lief neemt.

Kleine observaties
Je bent op de wereld gezet met die vreemde combinatie van lichaam en geest en in de loop van de tijd moet je er mee leren omgaan. Soms is dat droevig, soms plezierig. Het lichaam kan ook een obsessie worden. Bodybuilders die zich bijna alleen uitdrukken met hun spieren. Mensen die verslaafd raken aan de cosmetische industrie. Ergens in het boek zeg ik dat het liefdesleven van onze eeuw misschien nog een triestere bezigheid is dan het toerisme. Mensen infecteren elkaar met hun eigen levensstrategie, hun ideaalbeeld van het lichaam en van de romantiek. Het verlangen naar het idee van een hartstocht. Daarom komen er zoveel archetypen in mijn boek voor. Mensen met grootse, vastomlijnde ideeën. De architect, de schrijver, de entertainer. Zij reproduceren zichzelf. Anna is een van hen, maar op het einde realiseert ze zich dat ze het slachtoffer is van een vreemde keten van opgedrongen gedachten, idealen. Ideeën waar ze niet om gevraagd heeft. Ze weet zich daadwerkelijk uit de ketenen te bevrijden.

Anna in kaart gebracht bevat veel kleine observaties die een eigen leven gaan leiden, die uiteindelijk iets krachtigs kunnen verwoorden, die ik in het boek ook heb uitvergroot. Bijvoorbeeld in het tekstdeel Estafette. Een meisje stapte in de trein waar ik zat en ging schuin tegenover me zitten. Zonder bijna een woord te zeggen had ze een enorme invloed op de andere mensen in de coupé. Een jongen werd er heel verlegen van. Haar verleidingsspel met bijna niets anders dan haar lichaamstaal intrigeerde en amuseerde mij.

Poëzie
Je start met dit gegeven en laat het tijdens het schrijfproces een eigen weg volgen. Zo is er in het deel getiteld Kopie ineens een plot naar binnen geslopen. Een meisje dat een relatie heeft beëindigd geeft de wanhopige jongen een briefje met een telefoonnummer erop met de mededeling: sms me morgen. Het telefoonnummer is echter van een ander meisje dat ze eerder zelf heeft getroost. Ze geeft als het ware de jongen en het meisje aan elkaar door. In dat gebaar zag ik droefenis en schoonheid verenigd. En daar ben je als schrijver/dichter toch naar op zoek. Ik had Anna in kaart gebracht niet op deze wijze kunnen schrijven als ik niet begonnen was als dichter. Iemand die geoefend is in poëzie weet hoe je een explosie in woorden kan vangen. Een kwestie van een paar woorden in de juiste volgorde zetten. Er is altijd een simpelere en daardoor effectievere manier om je gedachten te uiten.

Controle
We hebben momenteel enorm veel gadgets tot onze beschikking, maar toch weten we met de meest fundamentele zaken nog steeds niet goed om te gaan. Ik moet vaak om mijn personages (en dus de mensen om me heen) lachen, raak ook weleens door ze geïrriteerd, maar ik ben dol op ze, heb compassie met ze. Bijna iedereen is zelfdestructief. Ze denken controle over hun leven te hebben, maar het lot beslist nog altijd eigenhandig. Anna realiseert zich aan het einde dat ze aan het vechten is met schaduwen. Het boek is een spiegel. Het is aan de lezer om uit te vinden wat hij of zij wil zien.

Het deel Anna in kaart gebracht is het meest gefocust op het lichaam, het is letterlijk een staalkaart van het lichaam van een meisje, met al dan niet pijnlijke herinneringen verbonden aan ledematen, aan een neus, aan haar oren. De verandering van het lichaam als tiener is denkelijk een van de meest pijnlijke ervaringen. Ontevredenheid alom. Anna is uiteindelijk tevreden met zichzelf. Dezelfde onzekerheid kun je ook voelen over je gedachten, je gevoelens, je (boek)concepten. In dit boek heb ik de westerse samenleving van binnenuit bestudeerd. Mijn volgende boek bekijkt diezelfde maatschappij van buiten, vanuit het perspectief van twee vluchtelingen. Mensen zonder enige controle over hun leven.'

Foto: Pavel Hrdlička, Wikipedia
Foto: Met Wim Brands ©Hague Czechcentres