Winnende gedichten WWDW 2022

1 prijs: Anje Gnodde, Delden

Ochtend

Je voelt je traag vandaag,
het bloed stroomt stroperig
door je aderen, een aangename
suis zoemt in je hoofd.

Maar de wekkerradio gilt moord
en daarna brand en dan een botsing
op de snelweg richting Zeist.
Je gaapt jezelf uit bed.

De sokken doen aan partnerruil,
je spijkerbroek besloot een
koffievlek te nemen, spottend
grijnst een bloes met alle rimpels
die ze maken kan.

Geen ontbijt, het laatste brood begon
een tuintje in de kleuren blauw en groen.
Een haastig glaasje water spartelt koud
je slaperige slokdarm in.

De Gazelle in de schuur
staat nog in meditatiestand;
in zacht contact met moeder aarde,
volledig uitgeademd, leeg.

Je zou willen sprinten als een hinde
maar hobbelt als een gans naar
de verlaten halte van de bus.

De winterwind slaat zijn armen
om je schouders, zet zijn tanden
in de randen van je oren, lispelt
lijzig dat het zo oneerlijk is.

Dan vliegt er rood voor je ogen.
Het landt op de kale arm van een eik,
vouwt zijn vleugels op, spert zijn snavel
open en zingt - het is duidelijk
te verstaan - het allerbeste is nog altijd
rustig blijven.


2e prijs: Tineke van Roozendaal, Oude Bildtzijl

la vida es ahora
we nemen het verleden mee
in ons lichaam, in onze geest
als een kracht, als een trauma
wat geweest is, is geweest

la vida es ahora
we weten niet wat komen gaat
flux of een vreemd magnetisch veld
een komedie of een drama
grillig als het klimaat

la vida es ahora
onstuimig vloeit het water richting zee
het allerbeste is nog altijd rustig blijven
en leren leven met corona
we bewegen met de getijstroom mee


3e prijs: Onno-Sven Tromp, Amsterdam

                        Jij kwam en   
                       liep vanuit het
                      niets mijn leven
                    binnen, je was een
                   zon die licht schonk
                    aan een grijze dag.
                    Mijn denken stokte
                   en ik was totaal van
                      slag, ik raakte in
                          een paar
                          seconden
                        buiten zinnen.

               Het allerbeste is nog altijd
         rustig blijven, hoe vaak had ik dat
     al niet in mezelf gezegd? Waarschijnlijk
     overtuigde het me toch niet echt, want ik
 besloot meteen een vormgedicht te schrijven.

       Ik greep mijn kroontjespen en maakte
            weidse krullen, ik schetste jouw
                contouren met de grootste
             sier. Je beeltenis verscheen in
             letters op papier, met jou kon ik
            gemakkelijk een schrijfvel vullen.

      Ik schiep je hoofd, om daarna zwierig af
    te zakken langs je haren, oren, schouders,
  armen en je rug. Ik kwam wat traag op gang
maar later ging het vlug, ik kreeg de smaak van
       jouw figuur steeds meer te pakken.

                  Pas bij je onderlichaam
                  moest ik op gaan letten,
                 mijn pen gleed eerst nog
                 vlot en stijlvol langs een
                  been, om hortend uit te
                      komen bij je kleine
                         teen: ik had de
                          eer om daar
                            de laatste
                         punt te zetten.

4e prijs: Karen de Boer, Den Haag

Met de jaren

Toen op vakantie ooit de bliksem insloeg -
het licht viel uit, wij vreesden voor de ruiten -
gebood mijn moeder: “Allemaal naar buiten!”
terwijl mijn vader doodkalm om een kaars vroeg.

Die mix zit ook in mij: eerst doen, dan denken
en het devies het allerbeste is
nog altijd rustig blijven - erfenis
die mij veelvuldig heen en weer liet zwenken.

Na meermaals doldriest een te gretig ja,
voordat ik de gevolgen had doorleefd
en ik terug moest keren op mijn schreden

denk ik nu, ouder, wijzer, langer na
omdat een nachtje slapen voordeel heeft.
Steeds vaker stemt tot tien tellen tevreden.


5e prijs: Gerda Koppelman, Almelo

Nachtmerrie

Ik wil de Willem Wilmink Dichtwedstrijd graag winnen
Alleen mijn prullenmand raakt voller elke keer
De juiste woorden schieten mij maar niet te binnen

Ik wil de Willem Wilmink Dichtwedstrijd graag winnen
Zelfs in de nachten zwoeg ik op een heus pantoum
De juiste woorden schieten mij maar niet te binnen
Op jacht naar status en naar literaire roem

Zelfs in de nachten zwoeg ik op een heus pantoum
Gedicht op die verplichte regel van Dorien
Op jacht naar status en naar literaire roem
Moet ik me wagen aan een stout gedicht, misschien?

Gedicht op die verplichte regel van Dorien:
“Het allerbeste is nog altijd rustig blijven”
Moet ik me wagen aan een stout gedicht, misschien?
Het eelt staat nu al op mijn vingers van het schrijven

Het allerbeste is nog altijd rustig blijven
De Kunst vergt lijden volgens Annie M.G. Schmidt
Het eelt staat nu al op mijn vingers van het schrijven
Want zonder lijden lukt een dichtstuk maken niet

De Kunst vergt lijden volgens Annie M.G. Schmidt
Waardoor ik mij reeds in de vingers heb gesneden
Want zonder lijden lukt een dichtstuk maken niet
Ik heb nog altijd geen bezieling tot op heden

Waardoor ik mij reeds in de vingers heb gesneden
Alleen mijn prullenmand raakt voller elke keer
Ik heb nog altijd geen bezieling tot op heden
Ach, hoeveel weken droom ik deze droom alweer…?

6e prijs: Ben Sloot, Groningen

De waarheid van een koe

De mannen met de stokken
loeren op het teken van de oude boer,
sleepvoetend sjokkend door de ochtenddauw.

Zijn emmer brokken zondagsvoer
verbazen mij. Mijn magere karkas,
zei hij, verdient alleen nog schamel gras.

Ik ben een oude koe, vaak moe
maar niet van het leven. Alleen de melk
kan ik hem niet meer geven.

Maar is dat, na jaren volle bussen
en een stoet gezonde kalfjes baren
zo’n grote zonde?

De boer praat zacht om mij te sussen
maar gebaart intussen mij te drijven.
Oh, wat zou ik nu graag bij mijn moeder zijn…
Het allerbeste is nog altijd rustig blijven.

De stokken slaan, de boer laat hen begaan.
Hij bukt zich, maakt zich klein
om mijn achterpoten te binden met een touw.
Dan ram ik met mijn vrije poot
zijn kop.

En dood ligt hij, zondig in de ochtenddauw.

7e prijs: Robin Veen, Amsterdam

FURIE

Verlammend is de weidsheid van het land
wanneer ze zwijgt. Ik ben een angstig dier,
voel boven me een cirkelende gier.
De stilte is verzengend. Overmand

door grote vrees krijg ik langzamerhand
het eerste wildebeest in het vizier.
Ze kijkt me ijzig aan, vertrekt geen spier.
De vlakte gloeit tot het geweld ontbrandt.

En ik besef: het allerbeste is
nog altijd rustig blijven, maar ik mis
de kalmte en ik kan er niet om heen

dat er voor mij geen sprankje hoop meer gloort.
De aarde dreunt, de kudde dendert voort.
Ervaring leert: een gnoe komt nooit alleen.

8e prijs: Monica Boschman, Gassel

Goed karperweer

Ik heb een tentje opgezet nabij het meer
mijn vissersbloed heeft me zo ver gebracht.
De bak met aas zet ik vast naast me neer
een thermojas brengt warmte deze nacht.

Het allerbeste is nog altijd rustig blijven zitten.
Zo kan ik morgen zeggen dat ik heb gevist
terwijl ik op mijn visserskrukje zat te pitten
en ook de opgang van de zon weer heb gemist.

Nu werp ik voor de vorm mijn hengel uit.
Vang eerst een lucht vol vogelzangen
dan wat het water geeft, een verse buit,
fileer en rooster wat ik heb gevangen:

een baars of drie, wat sprotjes en een fiets.
Vanmiddag vis ik thuis, daar vang ik niets.

9e prijs: Astrid Arns, Gent (BE)

Netvlies

Ik loop alsof een kind me in de rug duwt,
het huis steekt zijn tong uit.
De zon is al onder maar het wordt niet donker.

Op een plein klitten oude mannen samen,
wespen op een hoop stroop.
Ze hangen aan elkanders lippen, stellen vragen.

Wat bestond bestaat niet meer,
ook niet voor mij, ik krimp al enkele jaren.
Mijn ogen tranen iedere ochtend door de wind.

Het allerbeste is nog altijd rustig blijven
nu tijd lijnen in mijn lichaam streept.
Wat in mijn hoofd verschijnt gonst als een vlieg
die zich niet laat verjagen,

maar ingelijfd op mijn netvlies kleeft.

10e prijs: Henny van Boxtel, Oisterwijk

Het Friese eendje

Haar poten verstijven in kraakhelder ijs.
Paniek? Welnee, dit eendje heeft het uitgezocht:
het allerbeste is nog altijd rustig blijven,
er komt weer een Elfstedentocht!

’t Rayonhoofd redt haar uit de sloot,
regelt een plaats in ’t paradijs:
een badkuip vol met Beerenburg
en af en toe wat brood.