Winnende gedichten WWDW 2019

1e prijs: Remko Koplamp, Spijkenisse

Bij Claudia

Ik wist niet wat me nog te wachten stond
Toen ik na heel wat schroom en aarzeling
Voor ’t eerst bij Claudia naar binnen ging
Gelukkig bleek mijn bangheid ongegrond

ik gaf mij over aan haar vaardigheid
Voelde haar vingers strijken langs mijn nek
En door het laken heen haar warme plek
Ik deed mijn ogen dicht, vergat de tijd

Totdat ik opschrok uit mijn dromerij
Met rood gekleurde konen gaf ik traag
Ietwat bedeesd nog, antwoord op haar vraag
“Wat korter graag, de oren mogen vrij”

2e prijs: Robin Veen, Amsterdam

DE ZON

Mijn bed staat voor het raam bij het balkon
met uitzicht op een natte najaarsdag.
Ik luister naar het requiem van Bach
en denk aan hoe het allemaal begon.

Die onbezorgde dagen in de zon
dat ik in Zandvoort op het naaktstrand lag
met jou. Mijn onbekommerde gedrag.
Ik leefde nog op mijn testosteron.

Die zomers stelde niemand ooit een vraag
bij alle gaten in de ozonlaag,
want iedereen was door en door gezond.

Je streelde loom mijn roodverbrande huid.
De zon wierp toen haar schaduw al vooruit.
Ik wist niet wat me nog te wachten stond.

3e prijs: Gerrit Rensink Midsland, Terschelling

Tweantsen Les.

“ik” dat is degene woar het aaltied wier um dreaijt
geliek ofda’j dat in ’t Tweants of in ‘t Hollaands ok zeit
as da’j dat nóe wet, dan hèt “wet” temet “wus”
in ’t Hollaands wal “wist” , vergoane tied dus

Nich dat is niet, joa teggen “niet” zeit wie nich
“wat” is de vroag nog, kom ie achter op zich
miejzölf, ok wal miej , “me” zeit oeleu
“nog” , tookommende tied, net as; grös wödt straks heu’

“te wachten” skrieft wie met nen “O” ;….tied verdoon
“stond” neum wie stun , joa zo is dat gewoon
a’j in ’t vuuren is wussen wat op oe of kump in ’t plat
dan is Tweants veur nen Hollaander nich seempel as wat

ie brekt d’r oen tong oawer, toch he’j noe net leerd;
“ik wist niet wat me nog te wachten stond” in ‘t plat
en da’s ok wat weerd!

4e prijs: Karen de Boer, Den Haag

Woordenweegschaal

Een muze had bezit van mij genomen,
gedichten rolden zomaar uit mijn mond.
Lichtvoetig danste ik op nieuwe grond
en liet me drijven op de woordenstromen.

Wat ik ook deed, de poëzie bleef komen.
Ik wist niet wat me nog te wachten stond,
tot ik me op het podium hervond.
Daarvan had ik alleen maar durven dromen.

De wekker. Slechts één woord bleek gebleven,
een mogelijk begin van een gedicht
als titel op een leeg vel neergeschreven:

Woordenweegschaal. Zwaar drukte het gewicht
van zinnen zoeken, steeds naar schoonheid streven,
van maar zo zelden zweven, vederlicht.

5e prijs: Onno-Sven Tromp, Amsterdam

SCHIKGODIN

Ze was volmaakt en onweerstaanbaar blond,
ik was verloren door haar gouden haar.
Ze werd mijn muze, ik de kunstenaar,
op school bekeek ik haar met open mond.

Haar lichaamsvormen werden langzaam rond,
ze bleek een schikgodin van dertien jaar.
Ze bracht mijn nachtrust ernstig in gevaar,
ik wist niet wat me nog te wachten stond.

In taal heb ik mijn liefde vormgegeven,
mijn middelbareschooltijd kroop voorbij,
ik heb haar jarenlang verliefd bekeken.

Haar schoonheid heb ik uitgebreid beschreven,
maar zij was werkelijk te mooi voor mij,
ik durfde haar niet één keer aan te spreken.

6e prijs: Hanneke van Almelo, Geel België

Vroeg of laat

De eerste keer dat ik die warme lach
van dichtbij in jouw ogen zag
ging er een wereld open.
Ik wist niet wat me nog te wachten stond
en stond genageld aan de grond;
ik kon alleen maar hopen.

De eerste zuigeling in ons gezin
kwam goedgemutst de wereld in;
zo ook haar beide zussen.
We wisten niet wat ons te wachten stond;
opeens liepen er tieners rond.
Wat als ze wilden kussen?

Het eerste teken dat mijn lichaam gaf
van eindbestemming kist en graf
heeft reeds wat metgezellen.
Ik weet niet wat me straks te wachten staat,
maar merk het vast wel vroeg of laat.
Dan zal ik even bellen.

7e prijs: Anneke Haasnoot, Spijkenisse

ZWAVELTUIN

Ik wist niet wat me nog te wachten stond
Toen ik de moederschoot was uitgegleden
Van vieze broek en borstrok naar het heden
Van brabbeltaal en rijm naar grote mond
Van kind naar man en naar een echtverbond
Vol Calvinisme, kerkgang en gebeden
Ik wist niet wat me nog te wachten stond
Toen ik de moederschoot was uitgegleden
Steeds vaker snoerde vrouwlief mij de mond
Op zondag heb ik trouw het vlees gesneden
Toch ging het mis in onze Hof van Eden
Die bleek een tuin te zijn op zwavelgrond
Ik wist niet wat me nog te wachten stond
Toen ik de moederschoot was uitgegleden

8e prijs: Rineke Janssen, Enschede

De eendagsvlieg

het ís zover, dit is mijn dag
ik ben het wachten moe
want oh dat wachten zonder doel
ik ben er zó aan toe

ik weet: het gaat om deze dag
mijn leven is zo kort
een ééndagsvlieg godbetert
wat een ellendig lot

waar andere wezens treuzelen
en aarzelen en wachten
en denken: morgen dan misschien
heb ik maar één gedachte

ik ga ervoor, ik pluk de dag
probeer die te verlengen
‘k zal laten zien dat ook één dag
een hoop geluk kan brengen

ik vlieg, ik kijk, ik ruik, ik proef
ach wat een heerlijk leven
’t is pas twee uur en deze dag
die duurt dus nog wel even

‘k geniet van de bloemen, voel de zon
hij geeft mijn vleugels glans
ik voeg me in een kleine groep
waarmee ik heerlijk dans

de vijver, mijn geboortegrond
ligt in de zon te blinken
ik land er op een lelieblad en
en vind er wat te drinken

ik schommel wat, dat voelt heel fijn
en kijk tevreden rond
hé, wat veel vissen, tja ik wist niet
wat me nog te wachten stond

eindigen in een vissenmaag
was niet wat ik verwachtte
maar ik heb er alles uitgehaald
is de overheersende gedachte.

9e prijs: Fred Bakker, Den Haag

HET SPOOR BIJSTER

In de trein, in mijn coupé,
toen ik richting het zuiden ging,
zat op een metertje of twee
ene mevrouwtje Vingerling

Natuurlijk heette zij niet zo,
die naam gaf ik haar achteraf
om de toch wat vreemde show,
die zij daar ten beste gaf

Amper weg van het station
stak zij een vinger in haar mond
en draaide die, zo snel zij kon,
onophoudelijk in het rond

Ik trachtte mijn nieuwsgierigheid
met kracht te onderdrukken,
hetgeen me na verloop van tijd
niet echt meer wilde lukken

Mij was reeds iemand voor geweest,
want ik hoorde haar verklappen:
“Zo onthoud ik nog het meest
dat ik in Roermond uit moet stappen”

Ik wist niet wat me nog te wachten stond,
maar kon alleen maar vrezen
dat het vingertje zijn draai óók vond
als het een andere plaats moest wezen

Tot slot vergaarde ik mijn moed
en ving voorzichtig aan:
“Ben heel benieuwd naar wat u doet,
mocht u ooit naar Terneuzen gaan!”

10e prijs: Monique Wilmer, Borne

Havezate

in mij huist de winter, regen
kletst tegen mijn gespleten ruiten
op tegelvloeren, keukenstoelen
mijn gebinten grijs vermolmd

mijn deuren moe en moedeloos
treuren doelloos in hun hengsels
kreunen en steunen kamers om
wie ze vroeger waren

eens stond ik trots en statig, trappelden
ruiters voor mijn poort, uit mijn borst
stroomden marskramers en troubadours
- alle stemmen zijn in mij verstomd-

ik koesterde gele luiken, overspoeld
met rozen, koriander in mijn tuin
zomers hebben mij verlaten, ik wist
niet wat me nog te wachten stond

ik heb ze nagekeken, terugverwacht
eerst eekhoorns, vervolgens vogels
tenslotte shovels
toegelaten in mijn schoot