Winnende gedichten WWDW 2020

1 prijs: Remko Koplamp

Mama

’t Is ‘68, ik ben vijftien jaar
En jij komt bij me binnen als ik net
Dat album van de Stones heb opgezet
En losga in een riedel luchtgitaar

‘Zeg, kan die klereherrie soms wat zachter,
Het is afschuwelijk en geen gehoor
Je vader komt zo thuis van zijn kantoor
En joh, je zusje ligt te slapen achter’

Ik snap natuurlijk haar en mijn probleem
Maar bal m’n rechtervuist tot microfoon
En zoek de dialoog van moeder – zoon:
‘Yeah, pleased to meet you, hope you guessed my name

Woo woo woo woo,’ dan bind ik langzaam in
Ik til de arm van mijn pick-up naar stop
En zet voor mam, gedempt nu, Heintje op
Ik weet nog steeds mijn plaats in dit gezin


2e prijs: Onno-Sven Tromp

Zwarte idylle

Jij komt bij me binnen en kijkt in mijn ogen,
je geselt mijn ziel met de riem van je blik.
Verwoed dring je door tot mijn diepere ik,
mijn kans op genade is spoorloos vervlogen.

Je dampende drift kent een zeldzaam vermogen
om mij te bedwelmen met waanzin en schrik.
Je geeft me meteen het gevoel dat ik stik
en weet met je zweepslag de druk te verhogen.

Ik kan geen seconde naar vrijheid verlangen,
mijn wil is gesloopt en mijn hoop is ontkracht,
maar jij bent nog lang niet op míj uitgekeken.

Ik weet wat je wil en zit weerloos gevangen,
volledig verstrikt in het web van jouw macht,
het zal me nooit lukken die vloek te verbreken.


3e prijs: Jelle Pieters

Langs de Lek

en jij komt bij me binnen. Ach, ik ken
het ritueel: je schoenen naast het rekje,
je jas, de sleutels op het vaste plekje,
een zoethoutthee door twee handen omklemd.

Je stem staat gloeiend in mijn ziel geprent.
Wanneer je lacht dan danst dat moedervlekje.
Maar als ik knipper of koud ril vertrek je
zo plotseling als je gekomen bent.

Laatst liep ik met Mathilde langs de Lek
waar ze verwilderd langs de oever rende;
blaffend, rollend in het natte gras,

totdat ze plots bedaarde, op die plek,
jij weet wel waar, alsof ook zij herkende
hoe stil en diep het zijn geworden was.

4e prijs: Bertus Beltman

Gesloten deuren

De deur en ramen heb ik dichtgedaan.
Met sleutels heb ik alles afgesloten.
De schillen van gekraakte, harde noten
getuigen stil wat hier is stukgegaan.

Herinneringen heb ik opgeborgen.
Er hangen kale plekken aan de muur:
restanten van het water en het vuur.
De prullenbak zit vol verscheurde zorgen.

Maar jij komt bij me binnen in de nacht.
De sloten op de deuren werken niet.
Vermoeid door slapeloosheid houd ik wacht.

Ik zie de beelden weer van ons failliet.
Ik hoor de wijze weer waarop je lacht
en voel de leegte die je achterliet.

5e prijs: Jenny Anna Linde

Linda

ik was je net even kwijt
toen mijn supermarktkarretje
de hoek omkwam en ik je
voorovergebogen op je hurken
iets aan het zoeken zag in
het onderste vak

prutserig permanentje in een
harde blonde kleur, werkvrouw
handen net als die van mij
handen van een vreemde
wat doe je zo dichtbij?

jij komt bij me binnen
of ik dat nu wil of niet
van vrienden kun je afscheid
nemen, bij een zusje lukt dat niet.

6e prijs: Yvonne Bijl-Hooijer

Vliesdunne muren

Het huis van mijn vader
is een kamer
gelijk aan zijn buren
met muren zo moe en dun
als spinnen rag en losse draden
waar hersenspinsels huizen
verstrikt en verstrengeld
in elkaar geweven

Tijdloze gedachten
rollen op en golven neer
zoute korrels van zand
meegevoerd door de zee
in gestolde geulen
natglanzend op het strand
geen gisteren en morgen meer waarvoor nog zorgen

Jij komt bij me binnen
zoals je daar nu ligt
mijn kapitein in de mist
zonder kompas, zonder niks
‘Ben je bang’, fluister ik
met mijn blik op jouw einder
jij mompelt: ‘Wij zijn der
het was en het is’

Ik strek mijn armen uit
om de tijd buiten te sluiten
te vertragen en te verjagen
terwijl hij wacht
vergrijsd en verkalmd
op zijn laatste uren
die hem los scheuren van mij
door vliesdunne muren

7e prijs: Gerrit Rensink

Nieje Leefde

Opnieuw verliefd
Het meuist van den hemmel haank diej um ’t lief
Door het hemelst van ’t heelal omsloten
Mien leef, leafst doe in zacht zunnekluurig licht
Mijn lief, omkranst met scharlakenkleurig licht
Zo fien dien leeve oge in ’t mooi gezicht
Serene trekken om je ogen en ’t gezicht
Zeut en zaligheed in één groot bedrief
Met zoete zaligheid overgoten

Ooh astebleef, het hef zo völ um ’t lief
Ooh laat mij ’t in godsnaam niet verkloten
Dit geluk woar as mien hèt toch zo van rapt
Nieuw geluk waar ik zwaar stotterend voor zwicht
Ik wet nich wa’k doo of hoo ik het beschrief
Reddeloosheid die mijn hele zijn ontwricht
Het bint de hessens in mien kop dee knapt
De synapsen raken kortgesloten

Het meuist van wiedten en de wearld doarbiej
Noch nimmer bood het zijn hier mij zoveel
Jij komt bij mij binnen zo uit het Westen
Jij komt bij mij binnen omwoelt mijn leven
Niks kan mien Tweants geveul noe nog verpesten
Laat mij juichen en van verliefdheid zweven

Mien huulend hèt wier kloar en bloos deur diej
Ook maak jij steeds mijn huilend hart weer heel
Dan kump alns nog goad te langen leste
Dat het beklijft, ik hoop maar niet voor even
Mien niej leaven leaft wier met diej bie miej
Heb ik opnieuw aan ’t levend leven deel

8e prijs: Marloes van der Singel

Alom tegenwoordig

Het is jouw versleten groene regenjas
die werkeloos aan de kapstok hangt
iemands stem die ook klinkt als een contrabas
de drentelende kat die naar jouw schoot verlangt

de antieke lamp die het niet meer doet
je had beloofd hem te repareren
de moestuin die je met blote handen hebt omgewroet
de post die men aan jou blijft adresseren

het lege schaakbord waarop je mij soms liet winnen
het krakende bed waarin ik jou mocht beminnen
het botte mes waarmee ik mij nu soms scheer

Je geur leeft nog altijd in het linnen
al rust jouw lijf hier al lang niet meer
jij komt bij me binnen

9e prijs: Ben Sloot

Dor hout

De vroege avond met zijn wankel licht
rammelt aan de zin van mijn bestaan.
Was dit het? Waarheen kan ik nog gaan?
Heb ik wel geleefd? Iets goeds verricht?

Landmeters meten, zich vergissen
doen ze niet, ze noemen mij bij naam:
Dor Hout. Alleen mijn hond slaat aan
en gromt, geen dag kan hij mijn omgang missen.

Mijn min stuurt mij en hond met dwang uit huis,
de sjaal moet om, de mondkap voor, de stappenteller aan:
‘Klokke tien en jij komt bij me binnen, weer thuis!’
‘En onbesmet!’ roept zij mij na.

Ik zet de stappenteller uit, sta stil en geef mijn mond ruim baan.
Mijn hond ziet toe en telt mijn daden van verzet.

10e prijs: Gerda Koppelman

Covid-19 (pantoum)

Wat vind ik dat een wonderlijk gezicht
Wanneer we buitenshuis ons binnen wagen
Een masker dragen zijn we wel verplicht
Ik ben slechthorend en moet vaak weer vragen

Wanneer we buitenshuis ons binnen wagen
Het virus vraagt ons om bezinning, toch?
Ik ben slechthorend en moet vaak weer vragen
En enkel jij komt bij me binnen, nog

Het virus vraagt ons om bezinning, toch?
Je redt je er soms uit met een gebaar
En enkel jij komt bij me binnen, nog
Zo’n anderhalve meter van elkaar

Je redt je er soms uit met een gebaar
Het kussen, knuffelen, dat kan niet meer
Zo’n anderhalve meter van elkaar
Dat afstand houden moet je telkens weer

Het kussen, knuffelen, dat kan niet meer
Een masker dragen zijn we wel verplicht
Dat afstand houden moet je telkens weer
Wat vind ik dat een wonderlijk gezicht.